“De thuisbatterij is, onder meer door het verdwijnen van de salderingsregeling in 2027, een steeds belangrijker onderwerp”, trapte Slager zijn verhaal af. “In 2026 zijn er wereldwijd honderden merken actief, waarvan circa 30 tot 50 op de Nederlandse en Belgische markt. Vrijwel alle nieuwe systemen maken gebruik van Lithium-ijzerfosfaat (LFP), dat veiliger en duurzamer is dan oudere lithium-ion (NMC) batterijen. Merken onderscheiden zich vooral via slimme energiemanagementsystemen (EMS) die inspelen op dynamische energietarieven. Daarnaast is er een nieuwe categorie ‘stekkerbatterijen’ waarmee ook huurders en kleinere huishoudens laagdrempelig energie kunnen opslaan.”
Redenen voor thuisbatterij
De belangrijkste redenen voor een thuisbatterij zijn het wegvallen van salderen, netcongestie en terugleverkosten, stelt Slager. “Batterijen maken het mogelijk om opgewekte zonne-energie later te gebruiken, pieken in verbruik af te vlakken (peak shaving) en binnen het gecontracteerde vermogen te blijven. Ook kunnen gebruikers handelen op de onbalansmarkt, in het geval dat zij een dynamisch energiecontract hebben. Voor bedrijven biedt opslag oplossingen bij beperkte aansluitcapaciteit, bijvoorbeeld door het koppelen van transformatoren via een DC-netwerk en het inzetten van een batterij van 300 kW / 600 kWh in combinatie met honderden extra zonnepanelen. Ook worden batterijen ingezet als back-up bij stroomuitval of zelfs in off-grid situaties; een woning met een 5 kW batterij van 22,8 kWh kan al bijna netonafhankelijk functioneren.”
Balans tussen opwek en vraag
“Nederland is koploper geworden in duurzame opwek, maar dit heeft een keerzijde: netcongestie, lange wachttijden voor aansluitingen en stijgende systeem- en onbalanskosten”, begon Jens van der Laan zijn betoog. “De kern van het probleem is de mismatch tussen volatiele opwek (zon en wind) en een grotendeels inflexibele energievraag. Warmte speelt hierin een belangrijke rol: zo’n 40 procent van het totale energieverbruik is warmtevraag en 70 tot 80 procent daarvan wordt nog met aardgas ingevuld. Massale, ‘domme’ elektrificatie van warmte zou de piekbelasting op het elektriciteitsnet vergroten. Slimme elektrificatie kan echter een groot deel van het benodigde flexibele vermogen ontsluiten en zo helpen het systeem in balans te brengen”, aldus de spreker.
Samenwerking tussen systemen
Vanuit die gedachte ontwikkelde GridTap een slimme Flex-Boiler: een elektrisch boilersysteem met eigen software (“Commander”) dat lokale PV-overschotten opvangt, inspeelt op lage en negatieve stroomprijzen en congestie helpt verzachten. De investering per kW ligt aanzienlijk lager dan bij batterijen en de terugverdientijd is aantrekkelijk. “Toch bleek uit ruim honderd marktgesprekken dat een losse e-boiler geen volledige oplossing is. Eindgebruikers willen geen deeloplossing, maar betrouwbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Tegelijkertijd zijn efficiënte systemen zoals warmtepompen wel zuinig, maar minder geschikt om snel te schakelen, kennen ze hoge investeringskosten en leveren ze relatief weinig flexibel vermogen bij grote overschotten. Het warmtesysteem van de toekomst is een tandem tussen een sprinter en een langebaanrijder met een goede coach”, gebruikt Van der Laan een metafoor. Het probleem zit dus niet in één technologie, maar in de manier waarop systemen samenwerken.
Daarom presenteert GridTap de oplossing als een slimme ‘tandem’: een warmtepomp voor efficiënte basislast (de langebaanrijder), een e-boiler voor snelle pieken en flexibiliteit (de sprinter) en GridTap als coach die beide optimaal aanstuurt. De software optimaliseert op drie niveaus: binnen het warmtesysteem (voorkomen van pendelen, maximale efficiëntie en minder slijtage), binnen gebouw- en bedrijfssystemen (comfort, monitoring van warmtebuffer/SOC, koppeling met GBS) en richting externe energiemarkten (benutten van prijsvolatiliteit, verminderen van onbalanskosten en deelname aan netdiensten). In de uitgewerkte voorbeeldcase van een zorglocatie leidt dit tot 100 procent benutting van eigen zonnestroom, volledige gasloosheid met elektrische back-up, bijna halvering van de operationele kosten en een terugverdientijd van dik drie jaar.
Pitches
Het KANNN
Warner Sinnige beschreef Het KANNN als het kennis- en innovatienetwerk voor alumni van de Koploperprojecten. Het netwerk verbindt bedrijven, onderwijsinstellingen en professionals om samen te werken aan een duurzamere wereld. Door kennis te delen, praktijkvraagstukken te koppelen aan studenten en onderlinge samenwerking te stimuleren ontstaat een leeromgeving waarin duurzaamheid concreet wordt toegepast.“Het KANNN organiseert bijeenkomsten, workshops, kennissessies en trainingen, en biedt ondersteuning bij het verduurzamen van bedrijfsvoering. Daarnaast faciliteert het netwerk de matching van vraagstukken tussen leden onderling en met studenten, onder meer in samenwerking met de Hanze. Zo fungeert Het KANNN als verbindende schakel tussen ondernemerschap, innovatie en onderwijs, met als doel duurzame impact te versnellen.”
Warmtenetten Leeuwarden
Anne Wind gaf een korte pitch over de ontwikkeling van warmtenetten in Leeuwarden, met een focus op het inzetten van thermische buffers. In gebieden zoals Heechterp (ruim 1000 woningen, sloop-nieuwbouw) en Middelsee (ruim 2000 woningen en utiliteit) worden warmtenetten gerealiseerd voor warmte- en koudelevering.
Een belangrijk onderdeel is grootschalige thermische opslag, zoals WKO-systemen, waarmee 24 uur per dag energie kan worden gebufferd. Deze buffers helpen bij het verminderen van afname- en teruglevercongestie op het elektriciteitsnet. In de zomer wordt bijvoorbeeld buitenlucht benut, terwijl in de winter warmte uit de ondergrond wordt opgeslagen en ingezet.
Bekijk hier de presentaties van de hoofdsprekers, inclusief de pitches.