De Nederlandse waterschappen verwachten richting 2050 een forse stijging van hun kosten. Dat blijkt uit een onderzoek dat onlangs is gepubliceerd door de Unie van Waterschappen. Deze stijging heeft meerdere oorzaken: onvermijdelijke investeringen in verouderde voorzieningen (zoals rioolwaterzuiveringsinstallaties), de noodzaak om in te spelen op het veranderende klimaat en strengere eisen voor schoon water.
Gewijzigde koers
Wetterskip Fryslân zag deze ontwikkeling aankomen. Een jaar geleden maakte het waterschap een uitgebreide doorrekening tot 2050. Op basis daarvan is de koers gewijzigd, met als doel de stijging van kosten en het oplopen van schulden af te remmen. Nieuwe plannen worden kritisch bekeken. De initiatieven die er de komende jaren aankomen, zijn vooral nodig om te voldoen aan wetgeving en lopende afspraken.
`Binnen prognose’
De eerste resultaten van deze aanpak worden zichtbaar. Voor 2027 lukt het de verwachte kosten in dat jaar met ruim 4 miljoen euro te verminderen, tot een totaal van 252,2 miljoen euro. Van Maurik: ‘Daarmee blijven we binnen de prognose en voldoen we ook aan de opdracht die het algemeen bestuur ons heeft meegegeven.’
Dit werkt door in de belastingopbrengsten die nodig zijn om alles te betalen. Deze belasting bestaat uit twee hoofdonderdelen: de watersysteemheffing (dijken, waterbeheer) en de zuiveringsheffing (afvalwater). De stijging van de watersysteemheffing komt in 2027 naar verwachting uit op 4,1 procent en die van de zuiveringsheffing op 7,2 procent. Eerder werd rekening gehouden met hogere stijgingspercentages van respectievelijk 4,9 en 10,7. Wat dit betekent voor de belastingtarieven per categorie wordt eind 2026 bepaald.
Pleitbezorger voor water en bodem
‘Kanteling in Water’ is het motto van de Perspectiefnota. In het stuk wordt stilgestaan bij alle veranderingen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd en die er nog aankomen. Als geslaagd voorbeeld wordt de positie van het waterschap aangehaald. Dat heeft zich van uitvoerende waterspecialist ontwikkeld tot een waterautoriteit; de pleitbezorger voor water en bodem in ruimtelijke plannen.
Omgang met afvalwater
Wetterskip Fryslân toont zich volgens Van Maurik op een vergelijkbare manier in de gesprekken over waterkwaliteit en de omgang met afvalwater. Het algemeen bestuur bepaalt deze maand met welke ideeën het waterschap de komende jaren aan de slag gaat. Ook daarin is een goede wisselwerking met andere overheden essentieel. Veel afvalwater bereikt via gemeentelijke rioleringen de zuiveringen. Het waterschap spreekt gemeenten aan op de invloed die zij hebben op de kwaliteit van het rioolwater. Ze kunnen sturen in de lozingsvergunningen en ervoor zorgen dat de afvoer van regenwater wordt afgekoppeld.
‘Aanpak bij de bron’
Het waterschap klopt aan in Den Haag en Brussel om een kanteling te bewerkstelligen als het gaat om het tegengaan van chemische vervuiling met zorgwekkende stoffen als PFAS. Dagelijks-bestuurslid Monique Plantinga maakt zich sterk voor een verbod. Plantinga: ‘Schoon water staat onder druk. De wettelijke kaders waaraan wij moeten voldoen, worden steeds scherper. Maar tegelijk zien we dat er een heleboel zooi naar ons toe stroomt van burgers, bedrijven, industrie. Als we willen dat de kosten niet te hard stijgen, moeten we niet alleen investeren in de zuivering, maar ook in aanpak bij de bron. Wat er niet inkomt hoeven we er ook niet uit te halen.’
Nieuwe kantelmomenten
Ook in eigen huis zijn veranderingen zichtbaar bij Wetterskip Fryslân, bijvoorbeeld in de omgang met biodiversiteit. Waar eerder vooral werd gekeken naar risico’s, is er nu meer aandacht voor kansen. Planten en dieren kunnen bijdragen aan natuurlijke oplossingen voor bijvoorbeeld schoon water en sterke dijken. Voor de komende jaren beschrijft het dagelijks bestuur nieuwe kantelmomenten. Het wil inzetten op het opwekken van eigen duurzame energie en het doen van strategische grondaankopen, die kunnen helpen om doelen te realiseren op het gebied van waterbeheer en natuur.
Besluitvorming in juni
De Perspectiefnota 2027-2031 wordt op 15 juni besproken in de commissie Dijken, Steden en Financiën. Op 30 juni neemt het algemeen bestuur een besluit.